11 tips om de tuin te wapenen tegen hitte en droogte
We krijgen de laatste tijd steeds vaker te kampen met langere periodes van droogte én met intensere regenbuien. Enerzijds droogt de tuin uit door gebrek aan regenval over een langere periode, anderzijds kunnen planten het regenwater dat na die periode dan valt niet slikken. Hoog tijd dus om eens stil te staan bij hoe men de tuin aan dit veranderende klimaat kan aanpassen.
Schaduw creëren
Zowel voor de consument, als voor de planten en voor de dieren die de tuin bezoeken, is het op schroeiende dagen belangrijk dat er genoeg schaduw is. Het zorgt er niet alleen voor dat het aangenamer vertoeven is, de bodem zal ook minder snel uitdrogen.

1. Op het terras
Om ervoor te zorgen dat het aangenaam vertoeven wordt, kan je op het terras met een luifel, parasol of een terrasoverkapping al voor wat beschutting zorgen. Als je de overkapping nog uitrust met een zonweringdoek, heeft men meteen wat extra afkoeling. Voor de dakbedekking van de overkapping of pergola kan jz ook schaduw en afkoeling bekomen met gepaste beplanting. Denk aan kamperfoelie of een druivelaar.
Ook elders op het terras kan beplanting voor de nodige afkoeling zorgen. Kies robuuste planten die wel wat hitte kunnen verdragen. Doe inspiratie op in mediterraanse flora. Vijgenstruiken en oleanders kunnen bijvoorbeeld best hoog worden, en zo voor extra schaduw zorgen.

2. Langs de gevel
Bevindt de tuin zich tussen stenen muren? Dan zullen die stenen ook veel warmte opslaan en afgeven, wat voor veel extra warmte - en dus uitdroging - in de tuin zorgt. We haalden al aan dat hagen langs de gevel de hitte kunnen beperken, maar je kan ook de volledige muur bedekken door muurbeplanting te voorzien. Idealiter maak je van de muren een echte groene gevel.
Dat heeft tal van voordelen. De planten zorgen ervoor dat de muur erachter minder hitte kan afgeven, ze werken luchtzuiverend én helpen de CO2-uitstoot terugdringen. Bovendien isoleren de planten de woning én vangen ze regenwater op en houden het vast. Hierdoor wordt het water langzamer afgevoerd en kan het beter infiltreren in de bodem.
Met welke planten?
De plantkeuze voor een groene gevel hangt af van de bodemsoort die je kan voorzien en de blootstelling aan zonlicht, wind en regen. Ook onderhoud, uitzicht en ecologische waarde zijn cruciale factoren.
Populaire planten voor de groene gevel zijn Chinese kamperfoelie, Toscaanse jasmijn, clematis enz. Deze klimmers zijn namelijk groenblijvers en vragen weinig onderhoud. Idealiter voorzie je een combinatie van verschillende soorten zodat de consument het hele jaar door groen of kleurenpracht van bloemen of bladeren heeft. Door een goede mix kan je de bloei over zoveel mogelijk maanden spreiden zodat de klant niet enkel een mooie gevel heeft , maar ook voedsel voorziet voor allerlei insecten en bestuivers.
3. In de tuin
Zorgen dat de bodem van de tuin minder snel uitdroogt, dat doe je idealiter door bomen te planten.
Bomen kiezen
Ofwel kies je een boomsoort in functie van de plek waar je schaduw wil creëren, ofwel kies je een boom omwille van zijn uitzicht of soortspecifieke kenmerken (de bloemen, vruchten ...), en is de schaduwplek een secundaire zorg. In ieder geval kies je een boom niet zomaar en moet je er zeker van zijn dat de soort in de tuin past. Ga na hoe hoog de boom wordt, of hij compatibel is met de bodemsamenstelling van je tuin, hoe het zit met het wortelgestel enz.
Idealiter kies je voor boomsoorten die zowel droge als natte periodes aankunnen én het water van diep genoeg kunnen halen.
- Eik of esdoorn zijn traditionele, goede keuzes voor grote en middelgrote tuinen. Deze doen immers een beroep op dieper grondwater, waardoor er genoeg water overblijft voor je grasmat en andere, minder diep wortelende planten.
- Daarnaast vormt, met schaduw creëren in het achterhoofd, een plataan ook een goede optie - zeker voor grote tuinen. Platanen hebben een brede kroon en kennen een snelle groei, wat het ideaal maakt als schaduwboom.
- Een lindeboom is eveneens geschikt voor middelgrote tot grote tuinen. Het geeft niet alleen schaduw, maar trekt ook bijen aan en heeft een rustieke uitstraling.
- In een kleinere tuin is een lijsterbes ook steeds een goede optie.
Een boom planten: tips
– Plant geen boom als er vriesweer wordt voorspeld.
– Wees aandachtig voor de plantafstand. In principe plant je een boom op minstens 2 m van de perceelgrens.
– Een jonge boom heeft in het begin steun nodig, dus is het best om er een paal naast te zetten bij aanplanting.
Struiken en bodembedekkers
Is er in de tuin geen mogelijkheid om een boom te planten, dan kan je de bodem ook van schaduw voorzien door middel van struiken en bodembedekkers. Door dergelijke beplanting wordt de grond sowieso beschermd tegen direct zonlicht, blijft de temperatuur van de grond stabiel en vermindert de verdamping van vocht.
Haagplanten
Een haag die hoog genoeg wordt, kan ook helpen om de tuin te beschermen tegen oververhitting. Plaats hagen aan de kant van de tuin die het meest wordt blootgesteld aan de zon (het zuiden of zuidwesten). Hierdoor ontstaat een natuurlijke schaduwzone voor planten of zitplaatsen achter de haag. Ook rond plekken waar men vaak zit, doe je er goed aan om een haag te voorzien. Langs een gevel kunnen hagen ook voorkomen dat de muren oververhit raken.
Je kan uit heel wat soorten kiezen. Beukenhaag en haagbeuk blijven zeer populaire opties, net als cipres- en taxushagen. Wie de biodiversiteit in de tuin wil verhogen, kan dat doen met rhododendron, vlierbes, meidoorn of gele kornoelje.
Omgaan met regenwater
Het is vanzelfsprekend dat je regenwater gebruikt voor alle toepassingen in de tuin. Het bevat geen kalk, dus de planten varen er beter bij dan met drinkwater. Ook zal men flink wat besparen op de waterfactuur.
4. Regenwater opvangen
De dakgoten langs de woning leiden waarschijnlijk naar de regenwaterput die de woning binnenshuis van regenwater voorzien. Soms is de regenput echter te ver om er makkelijk de regenpijp langs de woning, van het tuinhuis of serre op aan te sluiten. Het regenwater opvangen in een grote regenton is dan de oplossing.
5. Regenwater gebruiken
Als je in droge periodes planten gaat besproeien, doe je dat dus het best met opgevangen regenwater. Idealiter heb je hiervoor een regenton met een kraantje waarop je de tuinslang kan aansluiten. Als men dat niet heeft, zijn een besproeiingspomp of een regentonpomp ook goede opties.
Tip
Om planten weerbaarder te maken, is het beter om tijdens droge periodes één keer per week veel regenwater te geven ('s avonds, wanneer de zon onder is), dan elke dag een beetje. De wortels zullen immers dieper de grond in gaan op zoek naar water, wat de plant sterker maakt.
In een border of in de moestuin is het, ter besparing, misschien wel meer opportuun om voor een druppelbevloeiingssysteem te gaan. Een druppelsysteem kan zeer precies het water daar brengen waar het het meest nodig is: bij de wortel van de plant. Doordat er in dat proces weinig extra water wordt verbruikt, bespaart een druppelbevloeiingssysteem wel tot 50% water.
Regenwater infiltreren
Regenwaterinfiltratie houdt in dat je regenwater afvoert en terug afgeeft aan de bodem, om zo wateroverlast een halt toe te roepen en je steentje bij te dragen aan de grondwaterreserves.
6. Via je bestrating
De overgang van huis naar tuin verloopt vaak via een terras, met rondomrond de woning nog een tuinpad erbij. Stenen klinkers en tegels slaan echter veel warmte op tijdens de dag, die ze 's nachts terug afgeven. Daardoor kan je tuin, zeker tijdens hete zomerperiodes, niet genoeg afkoelen, wat het uitdrogen versnelt. Hoe meer bestrating, hoe moeilijker het regenwater kan wegvloeien in de grond.
Daarom overweeg je best om in de eerste plaats zo min mogelijk te verharden. Uiteraard heeft een terras of een pad zijn nut. Een tuinpad kan je een leuke touch geven door, in de plaats van een doorlopend tegel- of klinkerpad, te kiezen voor stapstenen met beplanting ertussen. Dat kan gewoon gras zijn, maar je kan ook kiezen voor andere plantjes die tegen wat beloop kunnen, zoals loopkamille, kruiptijm of bonte salie.
Voor terrassen bestaan er tegenwoordig heel wat oplossingen qua waterdoorlatende (doorheen de bestrating) of waterpasserende (langs de tegels of klinkers, via de voegen) bestrating. Ook halfverharding, zoals siergrind, is hierbinnen een populaire optie.
7. Wadi of buienborder
Je kan ook opteren voor een wadi, een verzinking in de tuin waarlangs het regenwater tussen beplanting (meestal gras, maar ook bijvoorbeeld gele lis of kattenstaarten zijn goede opties) kan wegvloeien. Een wadi is een natuurlijke, bovengrondse infiltratievoorziening. De term 'wadi' is eigenlijk een afkorting en staat voor 'WaterAfvoer door Drainage en Infiltratie'.
Naar deze verzinking kan je dan de regenpijp afkoppelen, zodat je het water dat je op het dak opvangt kan afleiden via een bovengrondse goot naar de wadi, die het water vasthoudt en laat infiltreren in de bodem. Idealiter leid je de overloop van de regenwaterput ook richting de wadi. Ook de wadi zelf moet van een overloop voorzien zijn, richting een gracht, beek of riolering, om wateroverlast te voorkomen.
Tijdens natte dagen zal de wadi eruitzien als een minimoeras, tijdens drogere periodes is het een vochtig stukje grond in de tuin. Het is evident dat een wadi niet zwaar belast mag worden, opdat de grond niet samengedrukt wordt.
Een wadi is minstens 30 cm diep. Een minder diepe verzinking kan ook, dan spreken we van een buienborder. Die wordt meestal aangelegd langs een oprit of een tuinpad en is doorgaans niet dieper dan 15 cm.
8. Ondergronds
Indien mogelijk kan je in de tuin ook een ondergronds infiltratiesysteem voorzien. Zo'n installatie met infiltratieblokken bestaat uit speciale, absorberende rotswolblokken of blokken met een geotextiel doek rond, die worden ingegraven in een sleuf in de tuin. De blokken worden aangesloten op een inspectieschacht, een buis, die op zijn beurt in verbinding staat met de afvoerpijp of de overloop van de regenwaterput.
9. Afvoergoten
Is de bestrating niet waterdoorlatend? Dan zijn afvoergoten of afvoersleuven ook een optie om vlot regenwater af te voeren. Je kan deze meteen laten uitkomen bij een ondergrondse infiltratievoorziening, of je kan deze aansluiten op de overloop van het regenwaterrecuperatiesysteem, en die op zijn beurt laten aansluiten op een ondergrondse infiltratievoorziening.
Met dergelijke goten kan het water bij intense regenval gecontroleerd wegstromen. Laat je alles ongecontroleerd naar de tuin stromen, dan krijgt die langs de rand van het terras plots heel veel water te slikken. Een zompige bodem en modder zijn dan het gevolg. Met een goede afwatering en infiltratie voorkom je dat.
Andere tips
10. Mulchen
Om ervoor te zorgen dat de bodem niet te snel uitdroogt, kan je ook mulchen. Dat wil zeggen dat je de bodem bedekt met organisch materiaal dat zowel beschermt als de nodige voeding voorziet. Tussen de planten kan je dat doen met gehakseld snoeiafval, compost of gedroogd gras. Let er enkel op dat de bodem vochtig genoeg is voor je de mulchlaag aanbrengt.
Ook op het grasperk kan je makkelijk mulchen. Heel wat grasmaaiers zijn intussen uitgerust met een opzetfunctie waarbij het gras extra fijn versnipperd en verspreid wordt over het gazon tijdens het maaien, waarna het snel verteert en de grasbodem organisch wordt gevoed. Het zal ervoor zorgen dat het gras langer groen blijft, en je dus minder moet sproeien.
Tip
Om sterker gras te verkrijgen, ga je sowieso niet te vaak maaien. Langer gras is immers beter bestand tegen droogte en hitte én het houdt water beter vast, wat de infiltratie van regenwater in de bodem bestendigt.

11. Diversiteit
Een biljartvlak gazon als tuin wordt in de toekomst minder evident. Hoe weerbaar het gras ook is, het is vaak beter om er wat variatie in te brengen met andere planten die dieper wortelen en minder water nodig hebben (denk aan klaver, ooievaarsbek, madeliefjes ...). Je kan de natuur wat zijn gang laten gaan, maar een gecontroleerde aanpak met bloemenborders of bloemenweide is uiteraard ook een optie.
